De koteletten hebben oren

22, 28, 29 en 30 november 2014

 zat 22 november 2014 om 20u15
vrij 28 november 2014 om 20u15
zat 29 november 2014 om 20u15
zon 30 november 2014 om 15u15 

“De koteletten hebben oren” ofwel “Les entrecôtes ont des oreilles” is geschreven in 1966 in ware patronage-toneel-traditie. Het publiek wordt verondersteld dom te zijn en verwacht niet meer dan een avondje lachen. Humor hoort niet al te hoogstaand te zijn, en diepgang is een woord dat nog moet worden uitgevonden.

Gelukkig is deze periode al een tijdje achter de rug. En daarin ligt nu net de uitdaging: dit stuk op een moderne en aanschouwelijke manier brengen, zonder aan het basisprincipe te raken (een avondje flink lachen).

Anders dan gelijkaardige deurenkomedies draait het in “De koteletten hebben oren” niet om seksueel geïnspireerde grapjes. Hier wordt de draak gestoken met geheim agenten in de periode van de koude oorlog. Clichés en absurde situaties volgen elkaar in sneltreinvaart op, om tenslotte tot een absurde ontknoping te komen.

Wij brengen deze misdaadkomedie op een eigenzinnige manier, met een suggererende enscenering, een afwijkende acteerstijl, zonder rekwisieten en, om de volkse stijl niet verloochenen, spreken enkele personages het plaatselijk (Leuvens) dialect.

Georges Renoy (ook gekend als Georges Winterberg), geboren in Elsene in 1925 en overleden in Brussel in 2001, was een van de grote figuren uit de Franstalige cultuurwereld. Renoy zette een 50-tal werken op zijn naam, gaande van romans over essays tot kunst- en documentaire boeken.

Voor ”Les Mémoires de Bordeaux'' kreeg hij een prijs van de Académie du Vin van Bordeaux.

Hij was ook fotograaf, kunstschilder en aquarellist en werkte tevens voor de televisie. In 1950 ging hij bij de auteursrechtenvereniging Sabam aan de slag en werd er naderhand vice-voorzitter van de raad van bestuur.

André Smout kreeg de microbe van thuis mee: pa maakte de planken van de plaatselijke toneelvereniging vele jaren geleden onveilig en ook ma durfde al eens meedoen als de vrouwengilde een blijspel opvoerde. En zo was het bijna vanzelfsprekend dat hij, via het Sint-Pieterscollege in Leuven, terecht kwam bij Thespikon. Zo’n 7 jaar speelde hij daar mee in de meest uiteenlopende stukken, om daarna bij Tijl in Buken de volkse komedie te leren waarderen.

Sinds 1990 is André bij Toneel Heverlee, al bijna even lang als bestuurslid. Zijn eerste regiestappen zette hij met “Sjakie en de chocoladefabriek”, daarna volgden “Matilda”“De Hobbit”“Kloosterfobie” en “A Christmas Carol”. Toen straattheater nog op het programma stond bij TH waren ook “Verkeerdt” en “Tisnix” van zijn hand.

Acteren deed hij in tal van stukken, zoals “Jezus Christ Superstar”“Het volledig werk van Wllm Shkspr (verkort)”“Tailleur pour dames”“De winter onder de tafel” en vele andere. Van techniek heeft hij niet veel kaas gegeten, vele andere taken bij TH(productieleiding, souffleren, regie-assistentie, tappen, reserveringen…) heeft hij op zich genomen. Vanaf 1998 was André kassier bij TH, een taak die hij dit seizoen overliet aan Guy De Smedt om zelf het voorzitterschap te mogen waarnemen.

Een voorzitter die regisseert: als dat geen typisch amateurtheater is!

Anders dan in vroegere stukken, waarin André Smout veel met kinderen gewerkt heeft, kiest hij nu voor een ervaren ploeg. Bieke Jorissen trekt de gemiddelde leeftijd serieus naar beneden. Die ervaring is nodig om de moeilijke theatervorm, die komedie toch is, tot zijn recht te kunnen laten komen. Nu maar hopen dat de souffleur niet te veel werk heeft.

Spelen mee: Luk Derden, Esther D’havé, Frieda Duchateau, Bieke Jorissen, Charly Timmermans, Jan Uytterhoeven, Marcel Valgaeren, Hubert Vanhellemont, Frans Vranckx. De TH-decorploeg zorgt voor alweer een technisch hoogstandje, Albert Barette heeft de productieleiding in handen.

Op een schone dag wordt het zorgeloze leventje van spekslager Alfred De Mesmaeker, die een betere relatie heeft met vaste klant Sidonie De Paepe dan met zijn vrouw Virginie, plotseling ondersteboven gehaald. Zijn broer Fernand, zo ééntje van 12 stielen en minstens evenveel ongelukken, duikt na jaren afwezigheid weer op. ‘Hij is nu’ zegt hij al fluisterend, ‘g.a. of geheim agent’. En hij zit met een vervelend probleem, een of ander lijk, dat hij even in de frigo van Alfred in bewaring zou willen leggen. Alfred laat zich overhalen, maar zal zich dit zeker nog beklagen. Want vanaf dat moment duiken er onverwachte klanten en leveringen op in zijn beenhouwerij, terwijl Alfred dit alles ook nog voor zijn vrouw Virginie en voor zijn vaste klant Sidonie verborgen moet zien te houden.

Dit alles mondt uit in een knotsgekke finale, waar niemand nog weet wie aan welke kant staat en waar de ontknoping uit onverwachte hoek komt. De spionnen lijken wel pionnen.

Archief Home