Lucienne en de beenhouwer

Een Frans stuk, geschreven in 1932, maar pas gecreëerd in Parijs op 15 april 1948 (precies honderd jaar na de Franse Revolutie die Europa niet onberoerd liet!), en nu bij Toneel Heverlee in een Vlaamse setting uit het Expojaar 1958. 

Une comédie (zéker weten) maar met een verdomd donker randje.

Een poppenspel met het schematisch mechaniekje van een stripverhaal.
Een onschuldige façade met een achterliggende, redelijk ‘schuldige’ slaapkamer.
Kleinburgerlijkheid met alle geoorloofde en ongeoorloofde middelen op zoek naar een onbereikbare middenstands-noblesse!
Liefde en een ruziënde fanfare….
Dat allemaal is: “Lucienne et le Boucher”, van een van de klassieke meesters van de Franse komedie, Marcel Aymé (1902-1967).

Niet de eerste de beste, die Marcel Aymé: met 17 romans, 10 toneelstukken en 160 artikels behoort hij tot de belangrijke Franse auteurs van de 20ste eeuw. Een zitje in de Académie Française werd hem aangeboden, maar hij weigerde dat uit protest tegen President De Gaulle, die, tegen een door vele kunstenaars ondertekende petitie in, zijn genaderecht niet wou uitoefenen bij de terechtstelling van de dichter Robert Brasillach. Op het web schrijft iemand over hem:

« Marcel Aymé apprend alors à ses dépens qu’en France, il est particulièrement difficile de penser librement pour quelqu’un qui veut être la conscience de son temps.»

“Lucienne et le boucher” was zijn eersteling voor de scene (die van het Parijse Théâtre Saint Georges), en werd door de kritiek eerder matig onthaald, maar enthousiast door het publiek. Het stuk bleef dan ook maandenlang op de affiche. Toen het werd hernomen in 1974 (met Danielle Darieux in de titelrol) herzag Jean-Jacques Gautier, criticus van Le Figaro zijn eerdere recensie: “Ik begrijp niet hoe ik toen niet heb begrepen hoe goed en goed gemaakt dat stuk was….” Een latere productie uit 1984 werd het jaar daarop als TV-film uitgebracht op DVD. (Overigens: niet minder dan 51 maal werd werk van Aymé verfilmd.)

Wat verleidt een regisseur om aan dit nooit eerder in het Nederlands vertaalde stuk te beginnen?

Om precies te zijn is het in dit geval niet “wat?” maar “wie?”.

Lisbeth Vercruysse, al jaren lid van TH en van de Toneelkern (zoals ons leescomité heet) speelde regisseur Jos Stroobants (ergens in 2012 of 13?) het stuk in handen onder de vorm van een behoorlijk stukgelezen Frans boek. De originele versie dus. Dat het geen conventionele comédie was, werd al vlug duidelijk: de taal knisperde van sarcasme en zelfs cynisme, het ontbrak aan wild open- en dichtslaande deuren, en langzamerhand kreeg het geheel een wel erg ongewoon zwart randje, dat zelfs een nog behoorlijk spannend slot toeliet. Deze gespletenheid haalde Jos over de streep om voor het eerst aan een comédie te beginnen. Wat dan weer uiteraard onmogelijk zou zijn geworden mocht Lisbeth niet onmiddellijk bereid zijn geweest het stuk te vertalen. En toen waren we al in 2015.
En de toneelkern van TH zag ondertussen het hele proces best zitten.

Een stuk kiezen is één, ermee aan de slag gaan is twee. Ons eerste probleem was de lengte van het stuk: drie en een half uur bij de première!  Nu mag je er nog van uitgaan dat Franse theaterbezoekers in 1948 waar voor hun geld verwachtten (”Amuse-moi!”), een lange zit bleef het!  De door snelle tv- en filmactie verwende toneelbezoeker van 2017 is daar niet tegen opgewassen.   

Inkorten was de boodschap, en inkorten deden we. 

In verschillende stapjes.  Daarbij onder meer ontdekkend hoe ambachtelijk dit stuk wel was geschreven:  herhaaldelijk moesten we dialogen weer terug in hun oorspronkelijke staat herstellen, omdat ze een verwijzing bevatten die in een latere scène van belang was, en nog later protesteerden sommige acteurs – terecht! – tegen de verwijdering van “… een geweldige repliek! Die wil ik wel in de mond nemen …”
Al repeterend ontdekten we herhaaldelijk hoe eminent speelbaar dit stuk wel was: grappig, met veel onderliggende emoties: van hilarische situaties die soms aan de commedia dell’ arteherinneren, over subtiele suggestie tot donker cynisme.  Maar altijd met een verbazende en o zo Franse légèreté!

Toneel spelen/maken is per definitie een ploegsport. Dat is bij “Lucienne en de beenhouwer” uiteraard niet anders.

Met op de scène: Bernard De Ruyver, Patrick Desmet, Wibert Roedolf , Jan Uytterhoeven, Peter Van Bouwel, Inès Van de Weyer, Eva Van Hoecke, Lieve Van Isterdael , Lore Vandendriessche, Lisbeth Vercruysse, Frans Vranckx, Stijn Weygaerts, én onze hoogsteigen TH-fanfare!

Achter, naast, onder en voor de scène: productieleider Hubert Vanhellemont, rekwisiteuze Jelle Delaitemps, kleedster Karine Van Balen, souffleur Marc Jorissen, de TH-grime, -licht, -klank en –decorploegen (nog niet alle namen waren bekend bij het ter perse gaan, bovendien wisselen deze ploegen voortdurend wegens veel enthousiastelingen).

Archief Home